De architecten aan het woord
De broers Gijs en Joost Baks zijn oprichters van het Amsterdamse architectenbureau Space Encounters. Hun bureau ontwerpt uitgesproken gebouwen waarin architectuur, natuur en het leven van mensen samenkomen. Voor The Vold ontwierpen ze een nieuw ankerpunt in het Amstelkwartier: van veraf herkenbaar en van dichtbij groen en vriendelijk.
"WE HEBBEN EEN SOORT FRIENDLY GIANT GEMAAKT: EEN GEBOUW MET EEN ICONISCHE UITSTRALING WAAR JE HEEL GRAAG WILT WONEN.”
Gijs & Joost Baks — Space Encounters
The Vold staat op een bijzondere plek in het Amstelkwartier. Hoe zijn jullie begonnen met ontwerpen?
“De opbouw van het Amstelkwartier bestaat uit een aantal bijzondere gebouwen, zeg maar specials die als ankerpunten in het grotere stedenbouwkundige plan werken. The Vold is er daar één van. Vanuit de gemeente lag er ook echt de vraag om hier een iconisch, stoer woongebouw te maken dat tegelijkertijd vriendelijk oogt. Dat vonden wij een hele mooie opgave.”
“Dit soort opgaven vinden wij als bureau heel interessant. We houden van ‘specials’: plekken waar de randvoorwaarden net even anders zijn en waar je niet zomaar een rijtje of een stapeltje kunt maken. Hier kwamen heel veel dingen samen. Juist dan wordt het voor ons interessant om te zoeken naar een gebouw dat echt bij die ene plek hoort.”
“Door de positionering en de vorm krijgt het gebouw een heel eigen identiteit. De dakvorm en de terrassen maken samen die herkenbare V-vorm. En doordat het gebouw aan de kant van het park naar beneden loopt, krijgt het veel expressie. Zo kwamen we eigenlijk op wat wij een friendly giant noemen: een groot en herkenbaar gebouw dat toch vriendelijk voelt en waar je heel graag wilt wonen.”
De relatie met het park lijkt heel bepalend voor het ontwerp?
“Absoluut. We zitten hier in een hoogstedelijke omgeving, terwijl de ambitie tegelijkertijd was om er een gezonde, fijne plek met veel ruimte voor natuur van te maken. Daarom duikt het gebouw naar beneden richting het Bella Vistapark. Alsof de bomen die daar staan doorlopen in de tuinen van het gebouw.”
“Die trappen van groen zijn heel herkenbaar in het ontwerp, maar ze doen meer. De tuinen zijn ook kleine buurtjes in het gebouw. Je loopt makkelijk even bij je buurman langs om een hamer te lenen of een kop koffie te drinken. Zo wordt The Vold voor ons een soort stedelijke oase.”
“Wat in het ontwerpproces heel goed werkte, was dat de keuzes elkaar steeds gingen versterken. De vorm hielp de woningen aan meer licht, de terrassen brachten het groen het gebouw in en de horizontale banden kregen ook een functie in de energieopwekking. Met iedere volgende stap werd het ontwerp eigenlijk sterker.”
“ALSOF DE BOMEN UIT HET PARK DOORLOPEN IN DE TUINEN VAN HET GEBOUW.”
The Vold krijgt beneden juist veel levendigheid. Hoe verhoudt zich dat tot wonen erboven?
“In de plint komen verschillende voorzieningen voor bewoners én voor mensen uit de buurt. Die zorgen ervoor dat de straat levendiger en veiliger wordt. Voor ons gaat zo’n kwalitatief programma in de plint over veiligheid, maar ook over het maken van een gemeenschap, een community. Mensen die hier wonen komen elkaar beneden weer tegen. Daardoor ontstaat er vanzelf meer zorg voor de ruimte om het gebouw heen en in het gebouw.”
“Wat ik zelf heel prettig vind, is dat je die levendigheid kunt opzoeken wanneer je daar zin in hebt. In je woning kun je juist heel erg op jezelf zijn. Als je rust wilt, trek je je terug. Je hebt dus eigenlijk allebei.”
En wat doet die bijzondere vorm met de woningen zelf?
“Er ontstaat een enorme diversiteit aan woningtypen. Door de vorm van het gebouw is de gevel naar het licht toe bovendien extra lang. Daardoor krijgen de woningen heel veel daglicht. De schuine gevels geven iedere woning ook een eigen karakter. Je woont hier dus echt op een bijzondere plek in het gebouw.”
“Wat wij heel belangrijk vinden bij wonen, is een goede groene buitenruimte. Die hebben we vanaf het begin echt onderdeel gemaakt van het ontwerp. Vooral bij de getrapte terrassen komt alles mooi samen: je zit midden in de stad op je eigen terras, met letterlijk het groen voor je neus.”
“JE KUNT DE LEVENDIGHEID OPZOEKEN. EN ALS JE RUST WILT, TREK JE JE GEWOON TERUG IN JE EIGEN WONING.”
Groen speelt dus op verschillende manieren een rol?
“Ja. Het groen zit natuurlijk in de beplanting op de terrassen, maar komt ook terug in de architectuur. Bijvoorbeeld als accentkleur rond de kozijnen en in de detaillering. En onderaan groeit het groen vanaf de grond tegen het gebouw omhoog. Daardoor wordt natuur echt onderdeel van het gebouw.”
“Ook duurzaamheid is geïntegreerd in de architectuur. In de horizontale banden die rondom het gebouw lopen, zijn zonnepanelen opgenomen. Dat vind ik belangrijk: zulke keuzes zijn geen losse toevoegingen achteraf, ze maken onderdeel uit van het ontwerp.”
Als jullie nu naar het ontwerp kijken, waar zijn jullie dan het meest trots op?
“Waar we misschien wel het meest trots op zijn, is dat de belofte die we helemaal aan het begin met elkaar hebben geschetst nog steeds overeind staat. Van het programma en de woonkwaliteit tot de materialen en de vorm: de belangrijkste kwaliteiten zijn gedurende het proces behouden en verder uitgewerkt.”
“We hebben de materialen zo gekozen dat het gebouw ook op lange termijn mooi blijft en zijn kwaliteit behoudt. Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om hoe het voelt om hier te wonen. We hopen dat The Vold een optimistisch, fijn en vrolijk gebouw wordt, met veel licht, natuurlijke materialen en groen om je heen. Een plek waar je elke dag weer graag thuiskomt.”